De plannen zijn gemaakt. De directie heeft akkoord gegeven. Er is een presentatie voorbereid en iedereen krijgt een mail met de nieuwe koers.
En toch gebeurt er weinig.
Dat hoeft niet te betekenen dat medewerkers niet willen veranderen. Misschien begrijpen ze niet waarom de verandering nodig is. Misschien weten ze nog niet wat er van hen wordt verwacht. Of misschien zien ze vanuit hun dagelijkse werk al problemen die in de projectgroep nog niet zijn opgevallen.
“Mensen meenemen” klinkt soms alsof je vooral een overtuigend verhaal nodig hebt. In werkelijkheid gaat het minstens zo vaak over duidelijkheid, vertrouwen, invloed en de mogelijkheid om daadwerkelijk anders te gaan werken.
Maak duidelijk wat er voor mensen verandert
Een organisatie kijkt vaak naar de verandering als geheel. Medewerkers kijken er ook naar vanuit hun eigen werk. Dat geldt bij een reorganisatie of fusie, maar net zo goed bij digitalisering, de invoering van nieuwe software of een veranderde werkwijze.
Dat levert andere vragen op.
Moet ik straks anders werken? Krijg ik een ander systeem? Verandert mijn team? Krijg ik meer of minder verantwoordelijkheid? Moet ik iets nieuws leren? Worden werkzaamheden geschrapt? En bij grotere reorganisaties kan de vraag natuurlijk veel directer zijn: wat betekent dit voor mijn functie of baan?
Je hoeft tijdens de eerste aankondiging nog niet ieder detail te kennen. Maar maak wel duidelijk wat al vaststaat, wat nog niet en wanneer mensen meer informatie kunnen verwachten.
Als je vooral vertelt dat de organisatie “wendbaarder”, “toekomstbestendiger” of “klantgerichter” wordt, terwijl medewerkers niet weten wat zij maandag anders moeten doen, blijft de verandering ver weg.
Wil je vooral weten hoe je het gezamenlijke verhaal rond een nieuwe koers opbouwt? Lees dan ook Hoe presenteer je een nieuwe visie of strategische koers aan medewerkers?
Stem je uitleg af op de mensen die ermee moeten werken
Niet iedere groep heeft dezelfde uitleg nodig.
Stel dat je een verandering uitlegt aan een groep engineers bij ASML. Dan kan technische vaktaal juist heel normaal zijn. Termen die buiten ASML ingewikkeld klinken, kunnen voor die medewerkers de meest precieze manier zijn om over hun werk te praten. Alles geforceerd versimpelen kan dan juist vreemd of betuttelend overkomen.
Communiceert een gemeente met inwoners over een verandering in hun wijk, dan ligt dat anders. Je kunt daar niet aannemen dat iedereen weet wat een omgevingsvisie, gebiedsontwikkeling of mobiliteitsprogramma inhoudt. Dan helpt het juist om vaktermen uit te leggen of gewone woorden te gebruiken.
Het gaat dus niet om zo eenvoudig mogelijk communiceren. Het gaat om communiceren op een manier die past bij de mensen die je probeert te bereiken.
Dat geldt ook voor de inhoud. Een directieteam wil misschien weten hoe de verandering bij de strategie past. Een medewerker wil eerder weten wat er in het eigen werk verandert en wanneer.
Geef zeggenschap waar dat echt kan
Mensen hoeven niet over ieder besluit mee te beslissen.
Soms staat de richting gewoon vast. Een nieuwe wet moet worden uitgevoerd, een systeem wordt vervangen of de organisatie heeft een strategische keuze gemaakt.
Doe dan ook niet alsof daar nog inspraak over mogelijk is.
Maar vaak is er wél ruimte in de uitvoering. Hoe richten we het nieuwe proces in? Waar lopen mensen nu tegenaan? Welke ondersteuning is nodig? Welke werkwijze past bij een bepaald team?
Juist daar kunnen de mensen die dagelijks met het werk bezig zijn kennis hebben die een projectgroep of directie niet heeft.
Zeggenschap betekent dus niet dat iedereen overal over moet stemmen. Het betekent vooral dat je helder bent over wat vaststaat en waar mensen werkelijk invloed op kunnen hebben.
Luister naar weerstand
Weerstand is niet automatisch onwil.
Stel dat op een bouwplaats een nieuwe veiligheidsprocedure wordt bedacht door mensen die zelf niet dagelijks op die locatie werken. Op papier kan zo’n procedure logisch en veilig lijken. Maar een uitvoerder of monteur kan direct zien dat een bepaalde stap in de praktijk niet werkt, juist extra risico oplevert of op een veel eenvoudigere manier kan.
Als zo iemand zegt: “Dit gaat hier niet werken”, kun je dat wegzetten als weerstand tegen verandering. Maar het kan net zo goed relevante praktijkkennis zijn.
Dat geldt ook buiten bouw en veiligheid. Mensen die dagelijks met een proces, klant of systeem werken, zien soms gevolgen die vanuit een projectgroep moeilijk zichtbaar zijn.
Luisteren naar weerstand betekent daarom niet dat iedere kritiek automatisch gelijk heeft. Het betekent wel dat je probeert te begrijpen waar de reactie vandaan komt voordat je besluit dat iemand simpelweg niet mee wil.
Geef zelf het goede voorbeeld
Gedrag van leidinggevenden zegt vaak meer dan de presentatie over de verandering.
Als medewerkers meer verantwoordelijkheid moeten nemen, maar iedere beslissing nog steeds langs drie managers moet, wordt het lastig om “eigenaarschap” serieus te nemen.
Als samenwerking tussen afdelingen belangrijk wordt, maar iedereen alleen op zijn eigen afdelingsresultaat wordt afgerekend, blijft samenwerken vooral iets uit de PowerPoint.
En een manager kan uitstekend uitleggen waarom iedereen moet bezuinigen. Maar als medewerkers hem iedere dag in een nieuwe Porsche zien wegrijden, is de kans groot dat ze vooral dát onthouden.
Wie ander gedrag vraagt, moet daarom ook kijken naar de signalen die leidinggevenden, processen en systemen zelf afgeven.
Bied tijd, training en ondersteuning
Soms begrijpen medewerkers prima wat er moet veranderen en willen ze daar ook best in mee.
Maar ze kunnen het nog niet.
Een nieuw softwaresysteem vraagt training. Een andere manier van samenwerken kost tijd. Nieuwe verantwoordelijkheden vragen misschien andere vaardigheden. Een nieuw proces kan in de eerste weken juist meer tijd kosten voordat het makkelijker wordt.
Alleen zeggen dat mensen “anders moeten gaan werken” is dan niet voldoende.
Geef mensen de uitleg, tijd, oefening en hulpmiddelen die nodig zijn om de verandering ook daadwerkelijk uit te voeren.
Laat kleine successen zien
Bij een verandering kan de eindbestemming ver weg voelen. Zeker bij trajecten die maanden of jaren duren.
Het helpt daarom om onderweg zichtbaar te maken wat er daadwerkelijk beter gaat.
Niet door ieder klein resultaat meteen als groot succes te vieren, maar door concreet te laten zien wat de verandering oplevert.
Kost een nieuw proces minder tijd? Werkt een systeem inmiddels beter? Heeft een team een praktische oplossing gevonden waar andere teams ook iets aan hebben? Is een probleem waar vooraf veel zorgen over waren daadwerkelijk opgelost?
Dat soort voorbeelden geeft meer vertrouwen dan opnieuw vertellen dat de organisatie “goed op weg” is.
Welke rol kan animatie spelen?
Animatie kan helpen om aan het begin van een verandering een gezamenlijk vertrekpunt te creëren.
Waarom verandert er iets? Wat is de aanleiding? Welke richting kiest de organisatie? Wat gaat er op hoofdlijnen veranderen en wat betekent dat voor medewerkers?
Door dat verhaal één keer goed uit te werken, voorkom je dat verschillende teams allemaal een andere basisuitleg krijgen. Beeld kan bovendien processen, verbanden en veranderingen zichtbaar maken die mondeling lastig uit te leggen zijn.
Bij een grotere organisatie kan een animatie bijvoorbeeld worden geïntroduceerd door de directie en daarna opnieuw worden gebruikt tijdens gesprekken in teams. Een praatplaat kan vervolgens helpen om onderdelen terug te halen en samen te bespreken.
Animatie is daarmee een onderdeel van de verandercommunicatie. De gesprekken, beslissingen en ervaringen daarna bepalen voor een belangrijk deel of medewerkers ook echt mee kunnen bewegen.
Samengevat
Medewerkers meenemen in een verandering begint met duidelijke communicatie, maar houdt daar niet op.
Leg uit waarom iets verandert, wat er verandert en wat mensen daarvan in hun eigen werk merken. Stem de uitleg af op de doelgroep, geef invloed waar dat werkelijk kan en behandel weerstand niet automatisch als onwil. Zorg dat leidinggevenden het goede voorbeeld geven en geef mensen de tijd en ondersteuning om op een nieuwe manier te leren werken.
Animatie kan helpen om iedereen vanuit hetzelfde verhaal te laten beginnen. Wat daarna in de praktijk gebeurt, bepaalt uiteindelijk of mensen ook echt mee kunnen bewegen.
Wanneer kunnen wij helpen bij verandercommunicatie?
Explainsalot past goed wanneer de richting grotendeels vaststaat, maar het gezamenlijke verhaal nog te abstract, versnipperd of omvangrijk is. Bob en Edwin helpen dan om aanleiding, keuzes en gevolgen terug te brengen tot een animatie die het gesprek binnen teams kan openen.
Voor een eerste gesprek zijn vooral het besluit of veranderplan, de betrokken groepen en een eerlijk overzicht van wat al vaststaat en waar nog ruimte bestaat nuttig.
Lees verder over verandercommunicatie.
Na de gezamenlijke uitleg begint de vertaling naar teams en het dagelijkse werk. Deze pagina’s helpen bij de keuzes over het centrale verhaal, de visuele vorm en het gesprek dat daarna nodig is.
