Vraagstuk · Participatie en publieke communicatie

Hoe neem je inwoners mee in een participatietraject?

Inwoners kunnen pas goed meedenken als ze begrijpen wat er speelt, weten waar hun invloed begint en ophoudt en voldoende gelegenheid krijgen om te reageren. Explainsalot helpt gemeenten en andere organisaties om ingewikkelde plannen begrijpelijk te maken met taal, beeld en animatie, zodat het gesprek niet al vastloopt op de uitleg.

Door Gebaseerd op projecten sinds 2013

Direct antwoord

Betrek inwoners op tijd, vertel eerlijk wat al vaststaat en waar nog invloed mogelijk is en zorg dat mensen eerst begrijpen waarover ze meepraten. Stem taal en middelen af op de doelgroep, bereik ook inwoners die niet vanzelf komen opdagen en laat na afloop zien wat er met hun inbreng is gedaan.

Op tafel ligt een kaart van een woonwijk. Het projectteam praat over verkeersstromen, groenstructuren en woningbouw.

Een inwoner kijkt naar dezelfde kaart en vraagt:

“Kan ik mijn auto hier straks nog kwijt?”

Dat is geen domme vraag en ook geen gebrek aan interesse in het grotere plan. De gemeente kijkt naar een gebiedsontwikkeling. De inwoner kijkt naar zijn straat, zijn huis en zijn dagelijkse leven.

Als je wilt dat mensen echt mee kunnen praten, moeten die twee perspectieven ergens bij elkaar komen.

Begin niet pas wanneer het plan eigenlijk al klaar is

Participatie wordt lastig als inwoners pas worden betrokken wanneer de belangrijkste keuzes al zijn gemaakt.

Dan kun je nog een bewonersavond organiseren, een vragenlijst uitsturen en een online platform openen, maar mensen merken meestal snel hoeveel ruimte er werkelijk nog is.

Dat betekent niet dat ieder traject met een leeg vel papier moet beginnen.

Soms staat al vast dat er woningen moeten komen. Een gemeente moet een wettelijke taak uitvoeren. Er is een budget. De raad heeft een besluit genomen. Of een locatie ligt al vast terwijl over de precieze inrichting nog wel keuzes mogelijk zijn. Dat speelt bijvoorbeeld bij nieuw beleid, mobiliteitsprojecten en plannen voor woningbouw of de openbare ruimte.

Zeg dat dan gewoon.

Dit staat vast. Hierover kunnen we nog wel samen nadenken.

Dat is duidelijker dan een avond aankondigen met de boodschap dat inwoners “samen het plan gaan vormgeven”, terwijl een groot deel daarvan feitelijk al besloten is.

Vertel niet alleen dát mensen mogen meedenken, maar waarover

Woorden als participeren, meedenken en inspraak kunnen verschillende verwachtingen oproepen.

Mag een inwoner ideeën aandragen?

Kan er worden gekozen tussen verschillende opties?

Wordt om advies gevraagd?

Of neemt de gemeente uiteindelijk zelf een besluit en wordt de inbreng daarin meegewogen?

Dat verschil moet vooraf duidelijk zijn.

Stel dat er drie mogelijke routes voor een nieuwe weg worden onderzocht. Dan kun je uitleggen welke onderdelen nog openstaan en welke randvoorwaarden al vastliggen.

Maar als de route al gekozen is en bewoners alleen kunnen meedenken over bijvoorbeeld groen, geluid of verkeersveiligheid, moet je niet de indruk wekken dat de route zelf nog ter discussie staat.

Goede participatie begint dus ook met verwachtingsmanagement.

Niet om mensen op afstand te houden, maar juist om een eerlijk gesprek mogelijk te maken.

Ook de Omgevingswet maakt dit relevant. Overheden moeten bij onder meer een omgevingsvisie, omgevingsplan en projectbesluit aan participatie doen. Inwoners moeten daarom niet alleen informatie ontvangen, maar ook kunnen begrijpen waarover zij meepraten, hoeveel invloed zij hebben en wat er met hun inbreng gebeurt.

Zorg dat mensen begrijpen waarover ze meepraten

Participatie werkt niet als inwoners eerst zelf door zestig pagina’s beleid, technische tekeningen en onderzoeksrapporten moeten ploegen.

Voordat je om een reactie vraagt, moet duidelijk zijn:

Wat speelt er?

Waarom gebeurt dit?

Wat zou er kunnen veranderen?

Welke keuzes liggen voor?

En wat betekenen die keuzes mogelijk voor de buurt?

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar juist daar gaat het vaak mis.

Binnen een projectteam is een begrip als mobiliteitsprogramma, omgevingsvisie of stedenbouwkundig kader misschien dagelijkse taal. Voor iemand die één keer per jaar een brief van de gemeente krijgt, is dat een andere wereld.

De inwoner wil uiteindelijk vaak iets veel concreters weten:

Waar komen de woningen? Wat gebeurt er met het groen? Wordt het drukker? Kan mijn kind hier straks nog veilig fietsen?

Dat zijn de vragen waar de uitleg aansluiting bij moet vinden.

B1 is een hulpmiddel, geen doel op zichzelf

Voor communicatie aan een brede groep inwoners is B1-taal vaak een bruikbaar uitgangspunt.

Korte zinnen. Gewone woorden. Actieve formuleringen. Niet drie abstracte begrippen in één zin.

Maar B1 is geen magische instelling waarmee iedere tekst automatisch begrijpelijk wordt.

Je moet nog steeds kijken naar de mensen die je wilt bereiken.

Voor een groep bewoners die een ingewikkeld technisch plan voor het eerst ziet, kan extra uitleg nodig zijn. In een gesprek met ondernemers over hun eigen bedrijventerrein kun je misschien begrippen gebruiken die zij dagelijks tegenkomen.

En soms is alleen eenvoudiger schrijven niet genoeg.

Een inwoner die moeite heeft met lezen heeft misschien meer aan een afbeelding of korte video. Voor een buurt waarin veel verschillende talen worden gesproken kan vertaling nodig zijn. En iemand met een visuele of auditieve beperking moet digitale informatie ook daadwerkelijk kunnen gebruiken. Audiodescriptie kan daarbij een rol spelen wanneer belangrijke informatie in beeld staat.

Bij online participatie en gemeentelijke websites spelen daarom ook WCAG-richtlijnen voor digitale toegankelijkheid een belangrijke rol. Denk bij video bijvoorbeeld aan goede ondertiteling en zorg dat essentiële informatie niet uitsluitend in beeld of alleen in geluid zit.

De vraag is uiteindelijk niet:

Hebben we een tekst op B1 geschreven?

Maar:

Kan de inwoner die we proberen te bereiken hiermee begrijpen wat er aan de hand is en wat hij of zij kan doen?

Laat ook de dilemma’s zien

Een participatietraject wordt eerlijker als je niet alleen het plan laat zien, maar ook de afwegingen erachter.

Dus niet alleen:

“Hier komen woningen. Wat vindt u ervan?”

Maar bijvoorbeeld:

“Er moeten in dit gebied woningen bijkomen. Tegelijk willen we voldoende groen houden en moet het verkeer veilig blijven. Binnen die kaders onderzoeken we drie mogelijke inrichtingen. Over deze onderdelen kunnen inwoners meedenken.”

Dan weet een inwoner veel beter waar het gesprek werkelijk over gaat.

Dat is belangrijk, omdat plannen bijna altijd uit botsende belangen bestaan. Meer woningen kunnen gevolgen hebben voor verkeer. Meer groen kan parkeerplaatsen kosten. Een veiligere fietsroute kan betekenen dat een straat anders wordt ingericht.

Als je alleen het gewenste eindbeeld laat zien, lijkt het al snel alsof bepaalde nadelen of beperkingen worden weggestopt. Laat je ook de dilemma’s zien, dan kunnen inwoners veel gerichter reageren.

Ze kunnen dan bijvoorbeeld zeggen dat één van de drie inrichtingen voor hun straat onpraktisch is, dat een verkeersroute volgens hen onveilig wordt of dat een andere verdeling van groen en parkeerplaatsen beter zou werken.

Dat levert inhoudelijk meer op dan alleen de vraag of iemand “voor” of “tegen” een plan is.

Bereik ook de mensen die niet vanzelf naar een bewonersavond komen

Een goedbezochte informatieavond is prettig.

Maar een volle zaal is nog geen doorsnede van een wijk.

Vaak komen dezelfde betrokken inwoners gemakkelijk naar een bewonersavond of participatieavond. Ze kennen de weg naar de gemeente, hebben tijd om zich in beleidsstukken te verdiepen en spreken zich zonder veel moeite uit.

Andere bewoners hoor je minder.

Denk aan iemand die in ploegendienst werkt, een ouder die ’s avonds met kleine kinderen thuiszit, jongeren of iemand die niet graag in een volle zaal het woord neemt.

Daarom is het verstandig om verschillende manieren van participeren te combineren.

Een bijeenkomst voor het gesprek.

Een online mogelijkheid om op een ander moment te reageren.

Een gesprek op locatie.

Contact via scholen, verenigingen, buurtcentra of andere plekken waar mensen al komen.

Het gaat er niet om dat iedereen op exact dezelfde manier meedoet.

Je moet vooral blijven vragen:

Wie horen we nu eigenlijk niet?

Neem zorgen serieus

Wanneer plannen over iemands eigen woonomgeving gaan, kunnen reacties stevig zijn.

Dat is niet zo vreemd.

Voor een projectteam is een plan misschien één van meerdere projecten. Voor een inwoner gaat het mogelijk over de plek waar hij al twintig jaar woont.

Een verandering kan raken aan veiligheid, uitzicht, verkeer, woningwaarde, kinderen of simpelweg het gevoel van thuis.

Zeker bij onderwerpen als asielopvang en flexwoningen kunnen emoties snel oplopen.

Niet iedere zorg is gebaseerd op de juiste informatie. Niet iedere wens kan worden uitgevoerd. En soms zijn mensen het na een goede uitleg nog steeds fundamenteel oneens met een besluit.

Dat hoort erbij.

Het helpt alleen weinig om iedere kritische inwoner meteen als “weerstand” te behandelen.

Vraag eerst waar de zorg vandaan komt.

Soms blijkt iemand iets verkeerd begrepen te hebben. Soms ontbreekt informatie. En soms wijst een inwoner vanuit jarenlange ervaring in de wijk op een probleem waar een projectgroep zelf nog niet aan had gedacht.

Participatie is ook een manier om die kennis boven tafel te krijgen.

Test je uitleg bij echte inwoners

Een projectteam kan dagen sleutelen aan een presentatie en uiteindelijk precies weten wat iedere pijl en kleur op een kaart betekent.

Dat wil niet zeggen dat een inwoner hetzelfde ziet.

Laat een concept daarom eens bekijken door een paar mensen die niet bij het project betrokken zijn.

Vraag niet alleen:

“Is dit duidelijk?”

Bijna iedereen antwoordt daar ja op.

Vraag liever:

“Wat denk je dat hier gaat gebeuren?”

“Wat staat volgens jou al vast?”

“Waar zou je nog invloed op kunnen hebben?”

“Wat zou jij na het zien hiervan nog willen weten?”

Als de antwoorden heel anders zijn dan het projectteam verwachtte, moet de uitleg waarschijnlijk nog een ronde terug.

Laat zien wat er met de inbreng gebeurt

Een participatietraject is niet afgelopen wanneer de enquête sluit of de stoelen in het buurthuis weer zijn opgestapeld.

Inwoners hebben tijd gestoken in het lezen van informatie, het bezoeken van een bijeenkomst of het geven van hun mening.

Daarna willen ze weten wat daarmee is gebeurd.

Welke voorstellen zijn overgenomen?

Wat is aangepast?

Welke zorgen konden worden opgelost?

Welke ideeën zijn niet meegenomen en waarom niet?

Zelfs wanneer de uitkomst voor iemand teleurstellend is, is een duidelijke uitleg meestal beter dan maandenlang niets horen.

Terugkoppeling laat bovendien zien dat participatie geen verzameling reacties voor het archief was.

Beeld helpt om over hetzelfde plan te praten

Veel participatietrajecten gaan over iets wat nog niet bestaat.

Een nieuwe wijk. Een andere weg. Een park dat opnieuw wordt ingericht. Een locatie met flexwoningen.

Tekst heeft dan zijn beperkingen.

Je kunt in een brief schrijven dat “de verkeersontsluiting aan de noordzijde wordt gewijzigd”, maar een inwoner wil waarschijnlijk gewoon zien waar de auto’s straks rijden.

Een kaart, visualisatie of praatplaat maakt zo’n gesprek concreter.

Mensen kunnen aanwijzen waar ze een probleem zien. Verschillende opties kunnen naast elkaar worden gezet. De huidige en toekomstige situatie kunnen worden vergeleken.

Beeld is daarmee niet alleen een manier om informatie mooier te presenteren.

Het kan helpen om gemeente en inwoners daadwerkelijk over hetzelfde te laten praten.

Wanneer helpt animatie?

Animatie werkt vooral goed wanneer inwoners eerst een aantal stappen moeten begrijpen voordat ze een goede mening kunnen vormen.

Je kunt bijvoorbeeld achter elkaar laten zien:

dit is de huidige situatie → dit is de opgave → deze kaders staan vast → hier zitten de dilemma’s → hierover kunnen inwoners meedenken → zo gaat het proces verder.

Dat is moeilijker om in één kaart of infographic over te brengen.

Animatie geeft bovendien controle over de volgorde. Je hoeft niet alle informatie tegelijk te laten zien. Je kunt eerst de situatie uitleggen en daarna pas nieuwe onderdelen toevoegen.

Dat kan juist bij ingewikkelde of gevoelige onderwerpen helpen.

Bij een traject rond asielopvang of flexwoningen kunnen bijvoorbeeld allerlei vragen door elkaar lopen: waarom deze locatie, hoeveel mensen komen er, hoe lang blijft de situatie bestaan, wat is al besloten en waar kunnen omwonenden nog invloed op hebben?

Een goede animatie kan die informatie rustig ordenen en ervoor zorgen dat inwoners toegang hebben tot dezelfde basisinformatie.

Daarna begint de participatie pas echt.

Want een animatie kan inwoners helpen begrijpen waarover het gaat, maar kan niet voor hen meepraten, luisteren of beslissen.

Gebruik verschillende middelen voor verschillende momenten

Niet ieder onderdeel van een participatietraject vraagt om hetzelfde communicatiemiddel.

Een animatie kan een ingewikkeld plan introduceren.

Een bijeenkomst geeft ruimte voor vragen en gesprek.

Een kaart of praatplaat helpt om samen naar details te kijken.

Een website houdt actuele informatie beschikbaar.

En een participatieverslag laat later zien wat er met reacties is gebeurd.

Die middelen hoeven elkaar niet te vervangen.

Samen kunnen ze ervoor zorgen dat inwoners eerst begrijpen wat er speelt, vervolgens hun kennis en mening kunnen inbrengen en daarna ook zien wat daarmee is gebeurd.

Samengevat

Inwoners meenemen in een participatietraject betekent niet dat iedereen uiteindelijk voor het plan moet zijn.

Het betekent dat mensen op tijd weten wat er speelt, begrijpen welke keuzes worden gemaakt en helder hebben waar ze wel en geen invloed op hebben.

Gebruik taal die bij de doelgroep past en kijk verder dan alleen B1. Houd rekening met digitale toegankelijkheid, bereik ook de inwoners die niet vanzelf naar een bijeenkomst komen en wees eerlijk over dilemma’s en beperkingen.

Laat daarna ook zien wat er met de inbreng gebeurt.

Beeld en animatie kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Vooral wanneer een plan ingewikkeld is, nog niet bestaat of uit meerdere stappen en afwegingen bestaat, kan visualisatie zorgen voor een veel duidelijker vertrekpunt.

En hoe beter inwoners begrijpen waar het werkelijk over gaat, hoe beter het gesprek dat daarna kan ontstaan.

Lees verder over participatie en publieke communicatie.

Een participatietraject vraagt naast een heldere gezamenlijke uitleg ook om actuele projectinformatie, echte keuzeruimte en zichtbare terugkoppeling. Lees verder over de inhoud en middelen die daarbij horen.

Jouw vraagstuk helder uitleggen?

Bespreek het rechtstreeks met Bob en Edwin. Vandaag is een goede dag om te beginnen.