Hoe beter je een onderwerp kent, hoe moeilijker het soms wordt om te zien wat er voor een beginner ingewikkeld aan is. Voor jou is stap drie logisch omdat stap één en twee al jaren in je hoofd zitten. Een leerling ziet die verbinding misschien nog helemaal niet.
Dat wordt ook wel de curse of knowledge genoemd: de neiging om te vergeten hoe het is om iets nog niet te weten. Juist omdat je zelf veel kennis hebt, sla je in je uitleg soms onbewust stappen over die voor een leerling of student nog nodig zijn.
Complexe lesstof begrijpelijk maken betekent daarom vooral dat je de denkstappen van een beginner opnieuw zichtbaar maakt. Wat weet iemand al, wat moet eerst komen en welk voorbeeld, beeld of verhaal helpt om de volgende stap te begrijpen?
Begin bij wat iemand al weet
Nieuwe kennis komt nooit helemaal uit het niets.
Als een student nog niet begrijpt wat begrip A betekent, wordt het lastig om begrip B uit te leggen wanneer B daarop voortbouwt.
Voor iemand die al jaren in een vakgebied werkt zijn zulke tussenstappen gemakkelijk onzichtbaar geworden. Een docent ziet de samenhang tussen begrippen bijna automatisch. Een beginner moet die verbindingen nog maken.
Begin daarom eens niet met de nieuwe theorie, maar met iets wat de leerling al kent.
- Wat hebben we vorige les geleerd?
- Welke situatie kennen studenten uit de praktijk?
- Welk begrip moet eerst duidelijk zijn voordat we verder kunnen?
Daar kun je de nieuwe stof aan vastmaken.
Geef abstracte begrippen een situatie
Vooral abstracte begrippen worden begrijpelijker wanneer je kunt laten zien wat ze in de praktijk betekenen.
Dat werkt bijvoorbeeld goed bij juridische lesstof.
Je kunt een juridische term op het bord zetten, gevolgd door de officiële definitie. Die definitie moet uiteindelijk misschien gewoon gekend worden, maar voor iemand die het begrip voor het eerst ziet blijft hij behoorlijk abstract.
Koppel je hetzelfde begrip aan een echte rechtszaak, dan krijgt het ineens context.
Wat gebeurde er? Welke feiten waren belangrijk? Welke partijen waren betrokken? En hoe werd het juridische begrip op die situatie toegepast?
Bij lesmateriaal dat we voor Inholland maakten, gebruikten we rechtszaken die daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. In de animatie volgden studenten de feiten van de casus en zagen zij stap voor stap hoe het juridische begrip daarop werd toegepast.
De theorie verdwijnt daarmee niet. De situatie helpt juist om te begrijpen waar die theorie over gaat.
Als een student de term later opnieuw tegenkomt, is er niet alleen een definitie om terug te halen, maar ook een beeld en een situatie.
Een voorbeeld moet ook een beetje geloofwaardig zijn
Voorbeelden en verhaaltjes helpen alleen als ze niet zelf voor verwarring zorgen.
Dat zie je bijvoorbeeld bij rekenen.
Stel dat een opgave luidt:
Jantje fietst met twaalf watermeloenen op zijn bagagedrager naar huis. Onderweg geeft hij er vier weg. Hoeveel watermeloenen heeft hij nog?
De som is niet moeilijk: 12 - 4 = 8.
Maar een kind kan zich ondertussen terecht afvragen hoe Jantje in hemelsnaam twaalf watermeloenen op zijn fiets vervoert.
Dan vraagt het voorbeeld ineens aandacht voor iets wat helemaal niets met het leerdoel te maken heeft.
Bij verhaalsommen speelt bovendien nog iets anders: de taal van de opgave kan het rekenen zelf in de weg zitten. Een leerling kan prima kunnen rekenen en toch vastlopen omdat niet duidelijk is wat er precies wordt gevraagd.
Kijk daarom niet alleen of een voorbeeld inhoudelijk klopt.
Vraag ook:
Is de taal duidelijk? Is de situatie logisch? En helpt dit voorbeeld bij het begrip of maakt het er ongemerkt een tweede puzzel bij?
Gebruik begrijpelijke taal, maar maak de inhoud niet kinderachtig
Complexe lesstof bevat vaak vaktaal. Dat is niet automatisch een probleem.
Een verpleegkundige in opleiding moet uiteindelijk medische termen leren. Een rechtenstudent moet juridische begrippen kennen. En in een technische opleiding kun je niet ieder vakwoord blijven vervangen door alledaagse taal.
De kunst is vooral om een nieuw begrip niet uit te leggen met vijf andere begrippen die de student óók nog niet kent.
Je kunt een vakterm eerst in gewone taal uitleggen, er een voorbeeld bij geven en daarna de precieze term gebruiken.
Zo leert iemand niet alleen wat iets betekent, maar ook de taal die bij het vak hoort.
Het juiste taalniveau hangt dus af van de doelgroep. Begrijpelijk betekent niet zo eenvoudig mogelijk. Het betekent dat je aansluit bij wat iemand op dat moment al kan begrijpen.
Breng volgorde en prioriteit aan in de lesstof
Bij veel lesstof ontstaat tijdsdruk.
Er moeten nog vier hoofdstukken behandeld worden. Het examen komt eraan. Er ligt simpelweg veel stof.
De verleiding is dan groot om sneller te gaan.
Maar “we hebben het behandeld” is iets anders dan “ze hebben het geleerd”.
Soms is het nuttiger om de basis van een onderwerp goed neer te zetten en daarna verder te bouwen dan om in hoog tempo allerlei begrippen voorbij te laten komen.
Vraag daarom wat iemand na deze les in ieder geval moet begrijpen of kunnen.
Welke kennis is noodzakelijk om het volgende onderdeel te volgen?
Welke details kunnen later?
Dat betekent niet dat je belangrijke lesstof zomaar schrapt. Het betekent vooral dat je volgorde en prioriteit aanbrengt.
Maak zichtbaar wat moeilijk in woorden uit te leggen is
Sommige lesstof is ingewikkeld omdat je iets probeert uit te leggen wat een leerling niet rechtstreeks kan zien.
- Een biologisch proces in het lichaam.
- Geldstromen in een economisch systeem.
- Wat er juridisch gebeurt tussen verschillende partijen.
- De werking van een machine.
- Of een proces dat uit meerdere stappen bestaat.
Je kunt daar tekst, afbeeldingen en schema's voor gebruiken. Maar bewegend beeld, vooral whiteboard animatie, heeft als voordeel dat je informatie stap voor stap kunt opbouwen.
Eerst gebeurt dit.
Daarna komt deze partij erbij.
Vervolgens verandert er iets.
En pas dan laat je het volgende onderdeel zien.
De leerling hoeft daardoor niet meteen een compleet diagram te ontcijferen.
Dat maakt animatie juist bij processen, abstracte begrippen en onderwerpen met veel onderlinge verbanden interessant.
Animatie kan één uitleg zorgvuldig vastleggen
Bij een educatieve animatie denk je vooraf heel bewust na over de uitleg.
- Welke voorkennis nemen we aan?
- Wat moet eerst komen?
- Welk voorbeeld helpt?
- Waar moeten we iets laten zien in plaats van beschrijven?
- Welke term introduceren we op welk moment?
Dat werk leg je vast in een script en storyboard. Vervolgens ontstaat één uitleg die iedere leerling, student of cursist op dezelfde manier kan bekijken.
En niet alleen één keer.
Een lastig onderdeel kan opnieuw worden bekeken, gepauzeerd of later nog eens worden opgezocht. Een docent hoeft een ingewikkeld proces bovendien niet iedere keer vanaf nul op te bouwen.
Voor abstracte lesstof kan animatie ook situaties zichtbaar maken die in het klaslokaal moeilijk na te bootsen zijn. Denk aan de redenering in een echte rechtszaak, een proces in het menselijk lichaam of de verschillende stappen binnen een technisch systeem.
Maar begrijpen is nog niet hetzelfde als kunnen
Een goede uitleg kan ervoor zorgen dat iemand denkt:
Ja, nu snap ik het.
Dat is belangrijk.
Maar daarmee is het leren niet altijd klaar.
Wie een juridische regel heeft begrepen, moet die misschien daarna toepassen op een andere casus. Wie een rekenmethode heeft gezien, moet zelf een som oplossen. En wie een veiligheidsprocedure leert, moet in een nieuwe situatie herkennen welke stap nodig is.
Daarom werkt uitleg vaak sterker wanneer je daarna iets van de leerling vraagt.
Laat iemand bijvoorbeeld:
- in eigen woorden vertellen wat er gebeurt;
- een nieuwe situatie beoordelen;
- een oefening maken;
- de juiste vervolgstap kiezen;
- of dezelfde kennis toepassen op een andere casus.
Dat vertelt veel meer dan de vraag:
“Snapt iedereen het?”
Een paar knikkende hoofden zeggen namelijk nog weinig over wat iemand daadwerkelijk heeft begrepen.
Gebruik animatie als onderdeel van het leren
Animatie hoeft dus niet de hele les of training te vervangen.
Je kunt een animatie gebruiken om een moeilijk begrip te introduceren en daarna samen een casus behandelen.
Studenten kunnen een uitleg vooraf bekijken en de lestijd gebruiken om ermee te oefenen.
Of een animatie wordt later opnieuw gebruikt als opfrisser voor een toets of praktijkmoment.
Juist die combinatie is interessant: één keer een ingewikkelde uitleg zorgvuldig uitwerken en vervolgens meer ruimte overhouden voor vragen, discussie, oefening en toepassing.
Samengevat
Complexe lesstof begrijpelijk maken begint bij wat iemand al weet.
Bouw nieuwe kennis stap voor stap op, geef abstracte begrippen een herkenbare context en let erop dat voorbeelden en taal de uitleg ondersteunen in plaats van ingewikkelder maken.
Beeld en animatie kunnen processen en verbanden zichtbaar maken die moeilijk alleen in woorden uit te leggen zijn. Bovendien kan een goede animatie steeds opnieuw worden bekeken en gebruikt.
Maar een duidelijke uitleg is pas het begin.
Of iemand de lesstof werkelijk beheerst, merk je uiteindelijk wanneer diegene zelf kan uitleggen wat er gebeurt of de nieuwe kennis in een andere situatie kan toepassen.
Lees verder over leren en uitleg met animatie.
Na de eerste uitleg moet nieuwe kennis kunnen worden geoefend, toegepast en teruggehaald. Deze pagina’s helpen bij de keuze tussen animatie, instructie en aanvullende leermiddelen.
